Geen Belet?! kiest het ruime sop op weg naar de haven van Melsen

Dat Merelbeke een treinstation heeft en verschillende op- en afritten op de E40 en R4, dat wist u wellicht wel. Maar wist u dat er in deelgemeente Melsen ook een haven was? We kiezen samen met Roland De Blauwer en Claire Bosch van Werkgroep Erfgoed Melsen het ruime sop. We spreken af aan de meerpaal, het enig overgebleven relict van de haven.

In de haven van Melsen meerde wekelijks een ‘kinderboot’ aan

Onze Werkgroep Erfgoed Melsen stelde in het voorjaar van 2019 een tentoonstelling samen over de steenbakkerijen langs de Schelde. Een belangrijk aspect binnen de tentoonstelling behelst de kinderarbeid. Het is niet toevallig dat het verlengde van de Scheldekaai de Steenbakkerswegel noemt. Wat nu een trage weg en populaire mountainbikeroute is, was voor de aanleg van de Gaversesteenweg de belangrijkste verkeersas tussen Gavere en Merelbeke en werd toen Pontweg genoemd. In deze vallei stond het vroeger vol steenbakkerijen. Zo’n 300 000 van die stenen vormen het stadhuis van Gent.

Waar nu paarden vredig grazen, op het punt waar de Scheldekaai overgaat in de Steenbakkerswegel, lag tot in de jaren ’70 de haven van Melsen. Hier werden massaal stenen, kolen, beer, zwavel en zelfs mosselen overladen. Beer werd aangevoerd uit Gent om de velden te bemesten. Wist je dat ze er eerst letterlijk van proefden voor het te gebruiken?

Elke week meerde er ook een boot vol verse mosselen aan. De kinderen van Melsen werd wijs gemaakt dat zo de nieuwe baby’s werden aangevoerd, vandaar de bijnaam ‘kinderboot’.

Steenbakkerijen in overvloed

Een meerpaal aan de rand van de Teirlinckput is eigenlijk het enige wat nog herinnert aan deze voor Melsen belangrijke haven. De steenbakkerijen verloren na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk aan hun betekenis waardoor ook de haven wegkwijnde. Het is dus niet door het recht trekken van de Schelde dat de haven verdwenen is.

Het is een bijzondere plek voor Melsen waar veel verhalen aan vast hangen. In de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld brandden Belgische soldaten hier alles plat om zo de Duitsers het zicht op Gent te beletten.

Het mooiste plekje van Melsen ligt volgens mij wat dieper in de Steenbakkerswegel. Rechtsboven torent de 19e -eeuwse stenen stellingmolen majestueus boven het landschap uit. Links ervan zie je ook het kasteel van Melsen tussen de bomen. Ik hoop dat de sterk vervallen molen bewaard blijft.

 

Dit was Open Monumentendag 2019!

Het is weer voorbij die mooie zomer. En ook Open Monumentendag 2019 zit er weer op. Onder een stralend zonnetje kon je in de Viersprong regio heel wat erfgoed opsnuiven.

In Melle namen de bosgidsen je op sleeptouw doorheen het eeuwenoude Aelmoeseneiebos. Het Aelmoeseneiebos is een zogenaamd ‘oud bos’. Voor zover bekend is het altijd bos geweest. Het bos en de omliggende gronden waren eeuwenlang eigendom van de aalmoezenij van de Gentse Sint-Baafsabdij, vandaar ook de naam. Tijdens WO I rooiden Duitse soldaten het grootste deel van de bomen. Na de oorlog werd er heraangeplant maar tijdens WO II onderging het bos opnieuw een grote kap. Sinds 1968 is het bos eigendom van de staat en voert de universiteit Gent er wetenschappelijk onderzoek uit.

 

Ook in Sint-Lievens-Houtem kon je de wandelschoenen aantrekken. Het gaaf bewaarde erfgoedlandschap van de Smoorbeekvallei tussen Zonnegem en Vlierzele was velen onbekend maar nu niet langer onbemind. In de Sint-Fledericuskerk van Vlierzele stond Heemkunde Houtem paraat om je de geschiedenis van de kerk te laten ontdekken. We leerden niet enkel dat de gids grote fan is van Bach (wiens naam zelfs 2 letters gemeen heeft met ABBA) maar ook dat de preekstoel het pronkstuk van de kerk is. Gesculpteerd in 1790 door Van Buscum was het voor die tijd echt een ongezien pareltje! Op de binnenkoer van de oude brouwerij van Zonnegem was het zalig vertoeven. Naast een streepje muziek kon je ook de geschiedenis van de brouwerij en de familie Rubbens ontdekken.

 

In Oosterzele kon je stoom aflaten in stokerij Van Damme. Hun jenever wordt nog steeds volgens de ambachtelijke methode uit de 19de eeuw gestookt. HIervoor gebruiken ze de authentieke stoommachine van 1898. Wie na het het proeven van de jenevers van 31°, 41° of 51° nog kloek op de benen stond, kon zowel de Klepmolen als de Windekemolen beklimmen. De molenaars rolden de zeilen uit, hingen de feestvlaggen uit en zetten hun molens in de wind. De enthousiaste molenaars gaven met plezier een woordje uitleg. Voor de kinderen van het Anker was schoollopen naar het Dorp door weer en wind, in de winter langs besneeuwde en onverharde wegen een grote opgave. Dit veranderde toen pastoor De Raedt in 1910 de Ankerschool liet bouwen. Heel wat bezoekers herkenden zichzelf op de unieke collectie van klas- en schoolfoto’s.

 

Dat kermissen tot de verbeelding spreken, weten ze in Merelbeke ook. In de voormalige pastorie van Munte werden de oude kermisaffiches van onder het stof gehaald. Marva en Will Tura zijn maar enkele van de grote namen die er optraden. In de kerk van Munte werd je behendigheid getest op de oude volksspelen. De Schelderomolen maalde dat het een lieve lust was. En de bloem kon je kopen om thuis zelf aan de slag te gaan. In de kerk van Melsen werd het 10 jarig bestaan van Werkgroep Erfgoed Melsen gevierd. Deze ondertussen gevestigde waarde in Melsen heeft een mooi parcours afgelegd waar ze terecht met trots mogen op terug kijken. Daarnaast werd er in Melsen met man en macht gezocht naar de onderaardse gang van het verdwenen kasteel van Melsen. De gang hebben we niet gevonden maar de archeoloog van dienst ontdekte dat het kasteel in oorsprong een motte was. In het spierballengerol tussen de graaf van Vlaanderen en de Duitse keizer in de 11e eeuw nam de motte van Melsen een belangrijke rol op zich. In Bottelare gaf organist Herman het beste van zichzelf op het orgel. Vanop het doksaal hadden we een mooi overzicht op de kerk en de giften geschonken door de  markiezen van Rode. Ook een tweede adelijke familie – de Wavrin de Villers – koos Bottelare uit als tijdelijk verblijf. Wie goed had rondgekeken, kon de puzzel van het escaperoom kraken en ging naar huis met eeuwige roem.

Geen belet?! In het kielzog van onze jobstudenten

De zomervakantie is niet enkel (dromen van) palmbomen en coctails. Er wordt ook flink gewerkt. IOED Viersprong zocht en vond 2 jobstudenten. Jasper (19) en Astrid (19) inventariseren het waardevol funerair erfgoed in de Viersprong regio.

 

“Een grafmonument vertelt soms een heel levensverhaal”

Het regent pijpenstelen. Het ommuurde kerkhof rond de Sint-Michaëlkerk in Sint-Lievens-Houtem oogt verlaten. Jasper en Astrid schuilen in het kerkportaal. “Een graf ontcijferen in de gietende regen is niet mogelijk”, zegt Astrid. Erfgoed Viersprong engageerde de twee gemotiveerde jobstudenten om een inventaris te maken van het funerair erfgoed in de regio.

Jasper studeert grafische en digitale media. Fotografie is zijn hobby en in zijn vrije tijd doet hij aan ‘Freerunning’, met gymnastische technieken een bepaald parcours afleggen. “Leuk dat ik mijn hobby, fotografie, in dit project kan toepassen.”

Astrid zit in haar derde jaar Kunstwetenschappen aan de UGent. Haar vrije tijd gaat volledig op aan de scouts van Heusden. “Ik heb al les gehad van gastdocenten die met het bewaren van funerair erfgoed bezig zijn.”

 

Aan de hand van jullie werk wordt later door de gemeentebesturen beslist welke graven worden bewaard. Een hele verantwoordelijkheid, lijkt me?

Astrid: Het voelt goed om als jobstudent nuttig werk te leveren. We noteren alles wat we zien op een fiche en nemen van elk graf ook foto’s. Soms komt er wel veel ontcijferwerk bij kijken. Bij graven uit de 19e eeuw zijn de letters vaak niet meer leesbaar. We leggen dan een wit papier en krassen er met een potlood op. Soms helpt ook krijt om uitsparingen in het steen terug te vinden. We moeten heel accuraat zijn. Je kan wel stellen dat wij als een archeoloog te werk gaan.

Jasper: Het gebeurt wel eens dat we in de namiddag, als de schaduwen anders vallen door de stand van de zon, nog nieuwe elementen aan een graf ontdekken.

 

Welke graven vinden jullie het interessantst?

Astrid: Ik ben meteen getriggerd als er iets meer op staat, zoals ‘burgemeester’ of een andere titel. Ook de gebruikte symbolen vertellen veel. Bij pastoors staat hun volledige CV op de zerk. Een grafmonument vertelt soms een heel levensverhaal. Ik hou vooral van de hele oude graven. Die vragen ook meer werk om te ontcijferen.

Jasper: Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de wereldoorlogen. Samen met mijn grootouders bezocht ik de oorlogskerkhoven van de Westhoek. Ook in onze regio werden soldaten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog begraven. Op deze begraafplaats (Sint-Lievens-Houtem, red.) alleen al tel ik 250 graven van soldaten. Ze staan in mooie rijen naast elkaar. Een goed onderhouden begraafplaats is de laatste eer die we aan deze vaak vergeten helden kunnen geven.

 

Zien jullie een grafmonument als kunst?

Jasper: Sommige monumenten zijn echte parels. Jammer dat de kunstenaar zijn werk niet altijd ondertekende. De steenkappers zagen zichzelf eerder als ambachtslui dan als kunstenaar.

Astrid: Bij degene die wel ondertekend zijn, merken we per regio wel gelijkenissen. Zo vinden we in Sint-Lievens-Houtem en deelgemeenten vooral werk van de steenkappers Demeyere en Jozef en Zonen Beurms. Bij jongere graven vinden we enkel de handtekening van Dirk Beurms, dat betekent dat hij de steenkapperszaak van zijn vader Jozef heeft overgenomen.

 

Al heel oude graven gevonden?

Astrid: De oudste graven gaan terug tot de eerste helft van de 19e eeuw.

Jasper: Het is ongelooflijk hoeveel verschillende spellingen van de gemeentenamen er geweest zijn.

 

Hebben jullie zelf een band met erfgoed?

Jasper: Als fotograaf hang ik graag rond op erfgoedevenementen, zoals de Jaarmarkt van Sint-Lievens-Houtem. Het handje-klap van de boeren bij een verkoopt blijft tot de verbeelding spreken. Ik ben ook verslingerd aan Urbex Exploring. Dat zijn mensen die op zoek gaan naar verlaten huizen, kastelen en fabrieken om er foto’s te maken. Ik kwam zo al op plekken die echt tot de verbeelding spreken, zoals een verlaten huisje in een bosje vlakbij Vlierzele of een oude fabriek in de haven van Antwerpen. Een Urbexer laat altijd alles achter zoals hij het gevonden heeft.

Astrid: De Kastelenfietsroute passeert voor mijn deur. In onze regio heb je veel 19e-eeuwse kastelen of lusthoven van de rijke Gentse burgerij. Ik hou vooral van erfgoedsites die uitzonderlijk voor het publiek worden open gesteld, zoals op Open Monumentendag.

 

De zon is daar terug. Jullie kunnen weer aan de slag.

Jasper: Weet je wat ik nog het leukste vind aan deze job? We zitten de hele tijd buiten, heerlijk!

Astrid: Sommige mensen kijken wel raar op als we bijna op een grafzerk kruipen om alle symbolen te ontdekken (lacht).

Open Monumentendag op zondag 8 september 2019

Jawel erfgoedliefhebbers, op zondag 8 september is het weer zo ver. Heel wat bekende maar ook onbekende erfgoedpareltjes openen de deuren. Bezoekers zijn van harte welkom om al dit moois in de regio te komen ontdekken!

Ook in de Viersprong regio hebben heel wat enthousiaste vrijwilligers, gemeentediensten en verenigingen de handen uit de mouwen gestoken. Benieuwd wat je allemaal kan verkennen? Je leest het hieronder! Het volledige (Vlaamse) programma kan je hier nalezen.

Melle

Oosterzele

Sint-Lievens-Houtem

Merelbeke

 

Geen belet?! Levende geschiedenis op de Gallische hoeve

We ontmoeten David De Clercq (30) aan de poort van de Gallische hoeve. Wanneer we door de poort stappen, gaan we flink terug in de tijd, meer bepaald naar de late Ijzertijd.

De Gallische Hoeve in Destelbergen is een kenniscentrum.

“Telkens ik door die poort stap, word ik Dumnorix, de handelaar. Zelfs mijn bril gaat af. Iedereen in de vereniging houdt zijn alter ego vol tegenover bezoekers.

Naast Gasthof ’t Haeseveld hebben wij een reconstructie gemaakt van een landelijke nederzetting uit de Late IJzertijd. We doen aan levende geschiedenis waarbij we via experimenteel onderzoek wetenschappelijk verantwoorde inzichten opdoen over de Gallo-Romeinse periode, zonder te hervallen in stereotypen als Asterix en Obelix. We werken vaak samen met universiteiten.

Wij zijn een kenniscentrum en niet zomaar een attractie, zoals Aubechies in Henegouwen. Al sinds onze oprichting in 1988 streeft de Gallische Hoeve een sociaal doel na. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken en hebben daarbij vooral aandacht voor de sociaal zwakkeren in de maatschappij. Tijdens een workshop of kamp bij ons komen ze dichter bij de natuur en steken ze er nog iets van op.

Wij doen aan levende geschiedenis zonder te hervallen in stereotypen als Asterix en Obelix

Ik ben in 2005 begonnen als 17-jarige snaak lid geworden met een enorme honger naar kennis over de Kelten. Mijn studies geschiedenis en archeologie sloten hier perfect bij aan, net als mijn huidige job als erfgoedverzorger bij Helicon. Nu ben ik secretaris in het achtkoppige bestuur waar ook mijn vriendin in zetelt. De Gallische Hoeve telt veel jongelui in de vereniging, maar ook de kennis van de ouderen proberen we te koesteren.

We wonen, werken en slapen soms hele weekends op de Gallische Hoeve en proberen dan alles historisch correct na te bootsen, zelfs in onze voeding. We leggen voor onszelf de lat heel hoog.

Het soort mensen die aan levende geschiedenis doet, zijn vindingrijk en smijten zich graag in projecten

Het soort mensen die aan levende geschiedenis doen, zijn vindingrijk en smijten zich graag in projecten rond de Late IJzertijd en de vroege Gallo-Romeinse periode. Ik focus me op dit moment op twee projecten. Enerzijds hou ik me met anderen binnen de krijgersgroep bezig met de reconstructie van historische gevechten. Anderzijds pluis ik de historische keuken uit. Ik kweek bijvoorbeeld mijn eigen historische planten en kruiden, vertaal Latijnse recepten naar het Nederlands en probeer ze ook uit wat soms verrassende resultaten geeft.”

 

De Gallische Hoeve is elke zaterdagnamiddag van begin april tot eind oktober toegankelijk tussen 14.30 uur en 16 uur. Scholen en groepen kunnen altijd een rondleiding/workshop boeken. Volwassenen betalen 3 euro, kinderen jonger dan 12 jaar betalen 1 euro. Adres: Gallische Hoeve, Alfons Braeckmanlaan 430, Gent.

2 jobstudenten gezocht

IOED Viersprong is de intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst. Net zoals de erfgoedcel werkt zij voor de gemeenten Oosterzele, Destelbergen, Lochristi, Merelbeke, Melle en Sint-Lievens-Houtem. De werking is opgebouwd rond bouwkundig, archeologisch en landschappelijk erfgoed.

Inventarisatie funerair erfgoed

In 2019 leggen we de focus op de inventarisatie van funerair erfgoed, om van hieruit een waarderingstraject te kunnen opstarten.

IOED Viersprong is op zoek naar 2 enthousiaste jobstudenten met interesse voor onroerend en funerair erfgoed die zich in juli, augustus en/ of september 2019 kunnen vrijmaken om mee te werken aan het inventariseren van lokaal waardevolle graven. Je rapporteert aan de coördinator van IOED Viersprong. Een interne opleiding wordt voorzien.

Schrikt buitenwerk je niet af? Kan je overweg met een fototoestel? En heb je nog wat tijd over in juli, augustus of september? Stuur dan voor 5 juli je CV en motiviatiebrief door naar Sofie.moeykens@4sprong.be. Weerhouden kandidaten krijgen bericht in de week van 8 juli.

Lees het volledige functieprofiel hier na.

Meer info?

Sofie.moeykens@4sprong.be of 0471/88 39 04

Geen belet?! Op zoek naar het graf van Louis Vervaene

Voor deze aflevering bellen we voor één keer niet aan bij een woning maar zetten we ons weg verder naar het kerkhof van Melle. Daar treffen we Jan Olsen aan, die met passie vertelt over zijn favoriet stukje funerair erfgoed.

Jan Olsen (66) gidst groepen door het funerair erfgoed van Melle

Elk graf op het oude kerkhof van Melle heeft een verhaal. Jan Olsen, secretaris bij Erfgoed De Gonde vzw en gepensioneerd erfgoedambtenaar van de gemeente Melle, loodst ons naar het graf van Louis Vervaene. Een engel torent boven het graf uit. Het werk draagt de handtekening van Jules Vits (1868 – 1935). Hij was geen grote vernieuwer, maar wel technisch bijzonder onderlegd. Onze erfgoedvereniging maakte net een inventaris van het funerair erfgoed van de gemeente. Op basis van die inventaris wordt dan beslist welke graven bewaard worden. Ik hoop dat die van de familie Vervaene erbij zal zijn.

Beeldhouwer Jules Vits drukte zijn stempel op onze gemeente

Het grafmonument is in zandsteen gekapt. We zien een engel met links onderaan een schedel. De engel begeleidt de ziel van de dode naar de hemel.

Vits was de enige kostwinner in een gezin met zes kinderen. Je kan zijn werk qua stijl omschrijven als monumentaal realisme. Zijn bekendheid is geleidelijk aan vervaagd. Nochtans vond ik werken terug van hem van Virton tot in het Meetjesland.

Ik woon in het huis waar Vits al die jaren woonde en werkte. Toen ik hier op de gemeente kwam werken, voelde ik al snel het belang van zijn oeuvre aan. De collectie zat toen nog niet in het museum. Omdat ik ook bezig ben met kunst, zij het als amateur, begon ik me erin te verdiepen.

Of ik ooit ontdekkingen gedaan heb? Het moeilijke is dat Vits zijn werken niet altijd signeerde. Tijdens de zoektocht naar zijn werk, gaat het erom puzzelstukjes samen te leggen. Het boekhoudboekje van Vits helpt daar geweldig bij. Zo ontdekte ik onlangs een Heilig Hartbeeld aan de kerk van Graauw in Zeeuws-Vlaanderen. Het wordt toegeschreven aan Jan Custers, maar het is vermoedelijk van de hand van Jules Vits die veel voor Custers produceerde.

In de Sint-Martinuskerk in Melle hangt rondom een kruisweg van Vits in keramiek uit 1912. Er staan 130 figuren gedetailleerd op afgebeeld. Het zijn vermoedelijk allemaal Mellenaars uit die tijd.

De familie Vervaene

Aan dit graf van de familie Vervaene zijn veel verhalen verbonden. Hier rust niet enkel Louis Vervaene (1846 – 1917), maar ook zijn eerste vrouw en zijn oudste dochter. Vervaene was een telg van een bekend bloemistengeslacht op Melle Vogelhoek. Hij hertrouwde met de weduwe van Karel Everaert wiens graf hier twee meter vandaan ligt. Vervaene en Vits kenden elkaar. Ze zetelden samen in de gemeenteraad van Melle.

Een kleine verkaveling nabij de Merelbekestraat wordt binnenkort Vervaenehof genoemd naar de kunstschilderes Elza (1915 – 2016), een dochter uit Louis’ tweede huwelijk. Ze was eind jaren ’40 lid van de kunstenaarsgroep ‘La Relève’ waarin ook Roger Raveel en Hugo Claus actief waren. Ik vond haar toen het graf van haar vader in heel slechte staat was. Ik wou de nazaten overhalen het graf te restaureren en kwam uit bij Elza die in Lyon een teruggetrokken leven leidde als kunstschilder. Helaas zijn er in onze regio weinig werken van haar bekend.”

 

Meer weten? In het oud gemeentehuis van Melle (Brusselsesteenweg 393) is een museum ingericht met een unieke collectie beelden, modellen en maquettes van Jules Vits. Het museum is gratis toegankelijk op afspraak via 09 210 07 86 of museum.melle@skynet.be.

Nog meer weten? Een rondleiding met Jan Olsen als gids door het funerair erfgoed van Melle duurt twee uur. Info via 09 210 07 86.

Tournée ‘denk mee’ – 14 juni 2019

Erfgoed Viersprong heeft met de Vlaamse overheid een convenant afgesloten. Dit moet elke 6 jaar hernieuwd worden. Momenteel werken we aan ons nieuw beleidsplan voor de periode 2021-2026. Maar dit kunnen we niet alleen. Wil jij meebepalen welke richting Erfgoed Viersprong de komende jaren uit zal gaan? Dan is dit je kans! Wat vind je goed aan de werking van Erfgoed Viersprong? Maar er zijn zeker ook dingen die beter kunnen. Rond welke thema’s kunnen we de komende jaren werken?

Brainstormsessie op 14 juni

We nodigen je uit op 14 juni om 13u30 in de Stokerij Van Damme in Balegem waar we samen nadenken over het erfgoed van de regio. Omdat we beseffen dat je van hard nadenken dorst krijgt, trakteren we daarna met plezier om jullie te bedanken! Bovendien heb je de kans om ook de unieke stoommachine van stokerij Van Damme te bezichtigen. Iedereen is van harte welkom, of nu van dichtbij of van iets verder in contact komt met erfgoed.

Reserveer nu je plaats via info@4sprong.be of 09/362 87 19.

Welke toekomst voor de erfgoedcellen?

Vandaag anno 2019 staan de 22 erfgoedcellen in Vlaanderen en Brussel op een beleidsmatig erg belangrijk kruispunt.

Lokaal verankerd, Vlaams relevant

In de bijna twee decennia dat het ‘erfgoedcelmodel’ is uitgerold, hebben deze 22 zich getoond én bewezen met allerlei vormen van ondersteuning, begeleiding en diverse publieksprojecten. Helemaal op maat van hun streek of (kunst)stad, helemaal overtuigd van de culturele rijkdom van eigen bodem. Zonder erfgoedcellen zou de cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen en Brussel er helemaal anders uitzien.

Activeren, dienstverlenen en verbinden

Naar aanleiding van de Vlaamse verkiezingen maken de erfgoedcellen een stand van zaken op, in de vorm van een stafkaart. Om inzicht te bieden in wie we zijn, wat we doen, waar en hoe we het verschil maken. En, ten slotte: om duidelijk te maken wat onze noden zijn. In de folder krijg je daarvan een haarscherp beeld aan de hand van 22 inspirerende projecten, een voor elke erfgoedcel. Daarbij kijken we ook vooruit naar de komende subsidieronde. En nodigen we de Vlaamse overheid vriendelijk, maar beslist uit om in onze werking en bereik te investeren. De erfgoedcellen zijn lokaal ingebed maar werken in een Vlaams beleidskader.

Klaar voor de toekomst

Elke erfgoedcel legt eigen klemtonen, inspelend op de eigenheid en noden van de regio. De werking die uitgebouwd werd, staat niet op zich. Zo bijvoorbeeld worden er ook banden gesmeed met het erfgoed van andere gemeenschappen maar ook andere sectoren zoals jeugd, sport en onroerend erfgoed. In een snel veranderende maatschappij biedt erfgoed houvast, en geeft het aanleiding tot dialoog, ontmoeting en reflectie. Het zet aan tot erkenning van wat waardevol is. Het maakt ontdekking en ontmoeting mogelijk.

Geen belet?! Binnenkijken bij villa Vuylsteke in Lochristi

Deze maand laten we advocaat  Erik Van Gerven aan het woord. Hij heeft zijn advocatenkantoor ondergebracht in de statige villa Vuylsteke.

Wonen in een beschermd monument, is niet evident maar heeft een aparte charme.

“Villa Vuylsteke was begin jaren ’90 in slechte staat. De toenmalige eigenaar werd in faling verklaard. Toen ik als 33-jarige beginnende advocaat de villa kocht, kon ik mijn geluk niet op en zag ik meteen de vele mogelijkheden van het pand en de tuin. Ik heb hier vooraan mijn praktijk en achteraan mijn woning. In de vleugel werden nog twee appartementen ingericht.

We moesten meteen de handen uit de mouwen steken. Er was veel werk aan. Waar we konden, hebben we het interieur behouden zoals een oude authentieke potkachel in mijn bureau, de sierlijke schouw in de inkomhal en de monumentale trap in de binnenhal.

Dokter Jozef Jacobs zou zijn huis niet meer herkennen.

De villa dateert van begin 19e eeuw. Het was toen nog een dokterswoning. Dokter Jozef Jacobs zou zijn huis niet meer herkennen. Het bestond enkel uit het huidige middendeel. De monumentale toren, de vleugel en de achteruitbouw dateren van de tweede helft van de 19e eeuw en zijn te danken aan Charles Vuylsteke, ongetwijfeld de beroemdste bewoner van de villa. Zijn standbeeld staat in de tuin van het gemeentehuis van Lochristi.

In de streek gaat bij weinig mensen een belletje rinkelen bij de naam ‘Villa Meerhout’, maar ‘Villa Vuylsteke’ is bij velen gekend.

Hij was in 1867 de grondlegger van de commerciële bloementeelt in Lochristi. Hij kweekte nieuwe variëteiten en oogstte daarmee internationale lof. Zijn bekendste ontdekking is de nieuwe orchideeënsoort  ‘Vuylstekeara Cambria’. Dat Lochristi dé bloemengemeente van Oost-Vlaanderen is, hebben we aan Charles Vuylsteke en zijn zoon Charles te danken. Hun bloemisterij bleef bestaan tot 1937.

Hier moet je groene vingers hebben.

De tuin strekt zich als een park tot 170 meter ver achter de villa uit. Er is ook een hoenderhof, twee herten en vier geiten, vele bloemenperken, eilanden met grote bomen en een bos achteraan. Elke zaterdagnamiddag vind je mijn vrouw en ik in de Engelse tuin, pure ontspanning na een drukke werkweek in de advocatenpraktijk .

Toen we de woning kochten, was de tuin zo verwilderd dat we zelfs niet wisten hoe groot die was. Als bomenliefhebbers hebben we de meeste bomen behouden en er ook bijgeplant. Onze tuin is een oase van rust.

De schuur hebben we verbouwd en wordt regelmatig verhuurd voor een huwelijksfeest, verjaardag, een eerste of plechtige communie…

We wonen hier graag. Wonen in een beschermd monument, is niet evident maar heeft een aparte charme. In de woning en de tuin hangt een bijzondere sfeer. We hebben een evenwicht gevonden tussen enerzijds het respect voor het erfgoed en anderzijds de moderne noden.

Advocatenpraktijk Huis van Gerven, Dorp-West 73, Lochristi. Info: www.van-gerven.be.