Geen Belet?! op herfstwandeling in het park van Beervelde

Het park houdt me gezond

Graaf Renaud de Kerchove de Denterghem (70) is de behoeder van het Park van Beervelde (Lochristi). Samen gaan we op herfstwandeling doorheen het park. Zelf zegt de graaf dat het park hem gezond houdt en na een prachtige wandeling op het domein geloven we dit graag.

Het is niet mijn kind, wel mijn zandbak. Graaf Renaud de Kerchove windt er geen doekjes om. Hij werkt graag in zijn tuin van 25 hectare in het centrum van Beervelde.

De tuindagen van Beervelde

Tweemaal per jaar, in mei en oktober, komen hier 20.000 bezoekers over de vloer. De Tuindagen van Beervelde zijn een belangrijk publieksevent. Samen met mijn vijf medewerkers ben ik dagelijks in de weer om het park dat in 1955 als monument werd beschermd aantrekkelijk te maken.

Het park is geen afgesloten domein. Iedereen mag hier vrij rondwandelen, maar we vragen wel dat wandelaars zich eerst komen aanmelden op het secretariaat in het Koetshuis. Ik heb nog nooit iemand de deur gewezen.

Een tuin in romantische landschapsstijl

Al wat je hier ziet, is kunstmatig. Voor 1873 lag hier niets anders dan een veld. Van een vijver was bijvoorbeeld geen sprake. Dat veranderde toen landschapsarchitect Louis Fuchs in opdracht van mijn voorouders dat veld aanpakte. De familie de Kerchove waren botanici en dit drukt zijn stempel op de aanleg van het park. Het is mijn taak, mijn levenswerk, om voor dit prachtige erfgoed te zorgen.

De dreef is het oudst bewaarde landschappelijke element van het park. We weten dat zij reeds in 1583 bestond en rechtstreeks leidde naar de omwalde motte met het buitenhuis. In de 17de en 18de eeuw was de dreef beplant met eiken. In 1873 heeft men bepaalde bomen zoals de olmen van de dreef behouden. Rond 1930 werden de olmen vervangen door de huidige bruine beuken. Door een kunstgreep lijkt de dreef nog langer dan ze in werkelijkheid is: de afstand tussen de bomen verkleint naarmate men verder in het park doordringt.

De storm van 11 maart 2019 heeft ook bij ons lelijk huis gehouden. We zijn volop bezig de schade aan het koetshuis en in het park te herstellen.

De tuin houdt mij recht, houdt mij gezond. Het dagelijkse contact met de natuur vind ik belangrijk. Ik zou niet hele dagen tussen vier muren kunnen leven. Natuur is belangrijk voor het mentale evenwicht.

Op vraag van mijn vader kwam Roger Raveel in 1966 in de kelders van de witte villa, waar ik vandaag nog woon, een monumentaal schilderij maken. Raveel was blij natuurlijk, want zijn driedimensionaal project leverde hem heel wat publiciteit op. Echter, door het vocht in de 19e -eeuwse muren begon het al vanaf de eerste dag af te brokkelen. Een gespecialiseerde firma werkt aan de restauratie ervan. Die mensen leveren heel mooi werk, maar het kost me ook handenvol geld. Centen die ik liever in de tuin of de gebouwen zou investeren.

Bezoekers en buurtbewoners tonen veel respect voor het park. Dat verheugt me! Op de brug over het water kwamen al tientallen koppels foto’s nemen, telkens in een ander seizoen.

Het park in de 21ste eeuw

Hoe lang zal ik het beheer van het park nog kunnen volhouden? We moeten ons de vraag durven stellen wat de rol of de functie is van het Park van Beervelde in de 21e eeuw. Die denkoefening zal ik binnenkort toch eens met alle mogelijke betrokkenen moeten maken. Maar van stoppen is nog geen sprake. Voorlopig amuseer ik mij nog te veel.

 

De volgende Tuindagen in het Park van Beervelde vinden plaats op 8, 9 en 10 mei 2020. Info www.parkvanbeervelde.be of volg Park van Beervelde op Facebook.

Wandelen in het Park van Beervelde kan gratis. De parking bevindt zich op het einde van de Toverstraat. Meld je vooraf aan op het secretariaat in het Koetshuis.

Een fotoreportage in het Park van Beervelde (bijvoorbeeld voor trouwfoto’s) moet vooraf gereserveerd worden en kost 75 euro.

Vacature tijdelijke projectmedewerker cultureel erfgoed

Projectvereniging Viersprong is een intergemeentelijk samenwerkingsverband tussen de gemeenten Destelbergen, Lochristi, Melle, Merelbeke, Oosterzele en Sint-Lievens-Houtem. De projectvereniging richtte in 2011 de cultureel-erfgoedcel op die zich inzet voor het cultureel erfgoed van de regio. In 2017 kwam daar een erkenning bij als intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst (IOED) die werkt rond archeologisch, bouwkundig en landschappelijk erfgoed. De erfgoedcel en de IOED vormen samen Erfgoed Viersprong.

Ter versterking van ons team zijn we op zoek naar een tijdelijke projectmedewerker om werking van de cultureel-erfgoedcel te ondersteunen.

 

Erfgoed Viersprong is op zoek naar een nieuwe collega

Zot van archieven? Ideeën over hoe deze beter op te sporen en te ontsluiten voor de toekomst?

Je coördineert het inventarisatie- en begeleidingstraject rond culturele archieven in de regio. Je spoort de aanwezige culturele archieven van de regio op en brengt hun noden in kaart. Je ondersteunt culturele verenigingen om in te zetten op de registratie en het duurzaam behoud en beheer van hun archief. Hierbij wordt een beroep gedaan op de bestaande expertise op zowel lokaal als Vlaams niveau. De resultaten van het traject worden ingevoerd in de databank van Archiefbank Vlaanderen.

 

Praktisch

Beschik je minstens over een bachelordiploma en kriebelt het om aan de slag te gaan met de archieven van de regio? We ontvangen je sollicitatie graag t.e.m. 15 december 2019. De selectie gebeurt op basis van een schriftelijke en mondelinge proef in januari 2020. De duur van het contract is voorzien van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020.

Wij bieden een gevarieerde (tijdelijke) job in een klein maar leuk team op een unieke erfgoedlocatie!

Het volledige vacaturebericht kan je hier nalezen.

 

Meer info?

Meer informatie over de vacature kan je bekomen bij helena.vanommeslaeghe@4sprong.be of telefonisch via 09 362 87 19.

 

 

 

Erfgoedredders in Melle

Op 10 oktober 2019 gaf de provincie Oost-Vlaanderen het startsein in Melle voor een nieuwe editie van Erfgoedredders. Met het project Erfgoedredders coacht de provincie leerkrachten van de tweede graad basisonderwijs om aan de slag te gaan met erfgoed uit de omgeving.

Aan de slag in Melle

Na de geslaagde première van het project vorig schooljaar in Lierde, koos de provincie om dit jaar, samen met de Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst Viersprong een Erfgoedredders-traject te coachen in Melle. De deelnemende scholen in Melle zijn de gemeentelijke basisschool, Sint-Vincentiusschool Melle en Gontrode en het College van Melle.

Naast de IOED stapt ook de documentatie- en archiefdienst van Melle, het regionaal landschap en lokale vrijwilligers in het project als experten.

Het project Erfgoedredders

Erfgoedredders is een educatief erfgoedtraject dat de provincie Oost-Vlaanderen elk jaar uitrolt in een of meer gemeenten. Per gemeente worden alle basisscholen uitgedaagd om deel te nemen met één of meer klassen van de tweede graad. Samen met erfgoeddeskundigen en landschapsspecialisten gaan de leerkrachten op zoek naar erfgoed in de schoolomgeving om er later met de klas aan de slag te gaan. De kinderen ontdekken wat erfgoed is, waarom het zo waardevol is en ze ondernemen actie om het goed te bewaren of om het beter bekend te maken.

De Provincie coacht de leerkrachten bij het introduceren van erfgoed en omgevingsonderwijs in hun klas. Feedback krijgen de leerkrachten van elkaar en van de erfgoedspecialisten. Samen bedenken ze originele erfgoedacties die de kinderen van hun klas ertoe aanzetten om het erfgoed in de schoolomgeving te waarderen en er samen zorg voor te dragen. De actie kan bestaan uit kleine klusjes om bijvoorbeeld kapelletjes, gedenkstenen, funerair erfgoed te onderhouden of grotere ondernemingen die bijdragen tot het bekend maken van het erfgoed zoals een erfgoedwandeling langs bijzondere bomen of hagen, een film over de werking van een molen, een spel bij een archeologische site.

Oost-Vlaamse Erfgoedredders focussen op onroerend erfgoed en landschap en zetten de kinderen aan tot erfgoedactie. De gevolgde methodiek is gebaseerd op Buurten met erfgoed.

Geen belet?! strekt de benen in de kapel van het IZOO te Oosterzele

Delfien Neirynck ontvangt ons in de kapel van  het klooster in Oosterzele. Het gebouw wordt volledig onder handen genomen. Dansschool ‘Toi, moi et la Danse’ heeft een nieuwe stek gevonden in de kloosterkapel. We trekken onze pointes aan en gaan op ontdekking.

De zusters hebben plaats gemaakt voor ballerina’s

Het zal er hier binnen enkele jaren helemaal anders uitzien. Projectontwikkelaar Artenys verbouwt het IZOO – klooster tot een modern appartementsgebouw. De witgekalkte voorgevel blijft behouden. In het woonuitbreidingsgebied achter het klooster bouwt Matexi een verkeersvrije woonwijk. Wij nemen de prachtige bakstenen kapel van het klooster onder handen.

Tot voorkort huisde mijn balletschool ‘Toi, Moi et la Danse’ nog in de oude kloostergebouwen waar tot vijf jaar geleden een middelbare school gehuisvest was. IZOO staat voor Instituut Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis. De school startte in 1834 als een spinschool voor meisjes. Ik hoop begin 2020 – de balletschool bestaat dan tien jaar – in de ontwijde kapel te kunnen trekken.

De buitenkant van de neogotische kapel uit 1910 is zeer beeldbepalend voor het dorp van Oosterzele. De volledige site is opgenomen op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.  Hierdoor blijft bijvoorbeeld de achtkantige dakruiter met de klok behouden. Binnen willen we er een functionele en polyvalente ruimte van maken. Er komen vier danszalen en – zo staat het trouwens in de voorwaarden – een kleine bar. Eén van de danszalen zal ook verhuurd worden.

De kapel moet het ontmoetingspunt van de wijk worden, een plek waar sociale ontmoetingen centraal staan. We gaan er een warme huis van maken waar iedereen welkom is, ook niet-dansers. Ik vind het nu al fantastisch om te zien dat ouders op zaterdagvoormiddag contacten leggen terwijl ze wachten op zoon of dochter.

In mijn school staan goede prestaties en de liefde voor de sport centraal. We verliezen waarden als vriendschap, respect en discipline niet uit het oog. De ouders weten dat en appreciëren die aanpak.

Achter de kapel komt een groenzone. Daar komt ook de ingang. Links van de ingang, waar nu de elektriciteitskasten staan, komt een modern bijgebouw voor de kleedkamers. Hier zou ik graag met contrasten werken. In de kapel komen er twee verdiepingen. Aan de koorzijde behouden we het magnifieke hoogtezicht. Mijn voornaamste zorg is een goede infrastructuur aanbieden. Deze unieke kapel leent zich daar perfect toe.

Vier danszalen in de kapel

Het is geen simpel project. Niet elke aannemer wil er zich aan wagen. Gelukkig heb ik met Bernard Van Hoeylandt een fantastisch architect onder de arm genomen. Hij heeft de hele verbouwing tot in de kleinste details uitgewerkt. Zo weten we, ook financieel, waar we aan toe zijn. Ook projectontwikkelaar Artenys staat me bij met raad.

Soms krijg ik knikkende knieën als ik denk wat ons nog allemaal te wachten staat. Dit is geen verbouwing als dertien in een dozijn. Gelukkig staan mijn man Diederik Persyn en mijn ouders voor de volle honderd procent achter dit project. Ik ben zeker dat al onze leerlingen een vreugdesprongetje zullen maken als ze het resultaat zullen zien. Er moet nog veel werk, maar stap voor stap geraken we er wel.

Balletschool Toi, Moi et la Danse. Dorp 48, Oosterzele. Info: www.balletschooltmd.be

 

Fotowedstrijd: Oost-Vlaamse molens verbeeld!

Fotowedstrijd

De vzw Oost-Vlaamse Molens start een drieledig project op: Oost-Vlaamse Molens Verbeeld.

De bedoeling is het inventariseren van de nog actieve wind-, water- en rosmolens die de provincie rijk is. Daarnaast wil men graag een geactualiseerd data- en fotobestand aanleggen.

Onder de noemer ‘Er is volk in de molen’ mag het publiek foto’s insturen. De beste foto’s krijgen in 2020 een plaatsje op de Molententoonstelling in het erfgoedcentrum te Ename. Een professionele jury zal de foto’s selecteren en beoordelen. De fotowedstrijd loopt nog t.e.m. 6 oktober 2019.

Het tonen van de beste foto’s moet het ruimere publiek ervan overtuigen dat molens geen louter statisch erfgoedgegeven zijn, maar dat zij ook vandaag nog springlevend zijn.

Deelnemers kunnen tot drie verschillende foto’s sturen naar: molenfotografie@vlaamsemolens.com. Zowel zwartwit- als kleurenfoto’s komen in aanmerking, net zoals interieur- als exterieurbeelden. Op de website van Vlaamse Molens kan u het reglement en een deelnemingsformulier vinden. Hou steeds uw veiligheid in het oog op een draaiende molen! Veel succes !

Oost-Vlaamse molendag 6 oktober 2019

35 windmolens, 2 rosmolens en 52 watermolens, zowel molens telt de provincie Oost-Vlaanderen. Ook tijdens Open Monumentendag kon je de 3 actieve molens in de Viersprong regio bezoeken. Wil je nog graag deelnemen aan deze fotowedstrijd, dan is de Oost-Vlaamse molendag nog een laatste gelegenheid om enkele molens te bezoeken en leuke foto’s te maken.

In de Viersprong regio zijn volgende molens actief:

Wist je trouwens dat je op een draaiende water- of windmolen altijd welkom bent?

 

 

 

 

Geen Belet?! kiest het ruime sop op weg naar de haven van Melsen

Dat Merelbeke een treinstation heeft en verschillende op- en afritten op de E40 en R4, dat wist u wellicht wel. Maar wist u dat er in deelgemeente Melsen ook een haven was? We kiezen samen met Roland De Blauwer en Claire Bosch van Werkgroep Erfgoed Melsen het ruime sop. We spreken af aan de meerpaal, het enig overgebleven relict van de haven.

In de haven van Melsen meerde wekelijks een ‘kinderboot’ aan

Onze Werkgroep Erfgoed Melsen stelde in het voorjaar van 2019 een tentoonstelling samen over de steenbakkerijen langs de Schelde. Een belangrijk aspect binnen de tentoonstelling behelst de kinderarbeid. Het is niet toevallig dat het verlengde van de Scheldekaai de Steenbakkerswegel noemt. Wat nu een trage weg en populaire mountainbikeroute is, was voor de aanleg van de Gaversesteenweg de belangrijkste verkeersas tussen Gavere en Merelbeke en werd toen Pontweg genoemd. In deze vallei stond het vroeger vol steenbakkerijen. Zo’n 300 000 van die stenen vormen het stadhuis van Gent.

Waar nu paarden vredig grazen, op het punt waar de Scheldekaai overgaat in de Steenbakkerswegel, lag tot in de jaren ’70 de haven van Melsen. Hier werden massaal stenen, kolen, beer, zwavel en zelfs mosselen overladen. Beer werd aangevoerd uit Gent om de velden te bemesten. Wist je dat ze er eerst letterlijk van proefden voor het te gebruiken?

Elke week meerde er ook een boot vol verse mosselen aan. De kinderen van Melsen werd wijs gemaakt dat zo de nieuwe baby’s werden aangevoerd, vandaar de bijnaam ‘kinderboot’.

Steenbakkerijen in overvloed

Een meerpaal aan de rand van de Teirlinckput is eigenlijk het enige wat nog herinnert aan deze voor Melsen belangrijke haven. De steenbakkerijen verloren na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk aan hun betekenis waardoor ook de haven wegkwijnde. Het is dus niet door het recht trekken van de Schelde dat de haven verdwenen is.

Het is een bijzondere plek voor Melsen waar veel verhalen aan vast hangen. De Tweede Wereldoorlog zorgde voor heel wat schade aan woningen en het kasteel. De molen in het bijzonder werd door Belgische soldaten plat gebrand om zo te voorkomen dat de Duitsers een uitkijkpost met zicht op Gent hadden.

De molen van Melsen

Het mooiste plekje van Melsen ligt volgens mij wat dieper in de Steenbakkerswegel. Rechtsboven torent de 19e -eeuwse stenen stellingmolen majestueus boven het landschap uit. Links ervan zie je ook het kasteel van Melsen tussen de bomen. Ik hoop dat de sterk vervallen molen bewaard blijft.

 

Dit was Open Monumentendag 2019!

Het is weer voorbij die mooie zomer. En ook Open Monumentendag 2019 zit er weer op. Onder een stralend zonnetje kon je in de Viersprong regio heel wat erfgoed opsnuiven.

In Melle namen de bosgidsen je op sleeptouw doorheen het eeuwenoude Aelmoeseneiebos. Het Aelmoeseneiebos is een zogenaamd ‘oud bos’. Voor zover bekend is het altijd bos geweest. Het bos en de omliggende gronden waren eeuwenlang eigendom van de aalmoezenij van de Gentse Sint-Baafsabdij, vandaar ook de naam. Tijdens WO I rooiden Duitse soldaten het grootste deel van de bomen. Na de oorlog werd er heraangeplant maar tijdens WO II onderging het bos opnieuw een grote kap. Sinds 1968 is het bos eigendom van de staat en voert de universiteit Gent er wetenschappelijk onderzoek uit.

 

Ook in Sint-Lievens-Houtem kon je de wandelschoenen aantrekken. Het gaaf bewaarde erfgoedlandschap van de Smoorbeekvallei tussen Zonnegem en Vlierzele was velen onbekend maar nu niet langer onbemind. In de Sint-Fledericuskerk van Vlierzele stond Heemkunde Houtem paraat om je de geschiedenis van de kerk te laten ontdekken. We leerden niet enkel dat de gids grote fan is van Bach (wiens naam zelfs 2 letters gemeen heeft met ABBA) maar ook dat de preekstoel het pronkstuk van de kerk is. Gesculpteerd in 1790 door Van Buscum was het voor die tijd echt een ongezien pareltje! Op de binnenkoer van de oude brouwerij van Zonnegem was het zalig vertoeven. Naast een streepje muziek kon je ook de geschiedenis van de brouwerij en de familie Rubbens ontdekken.

 

In Oosterzele kon je stoom aflaten in stokerij Van Damme. Hun jenever wordt nog steeds volgens de ambachtelijke methode uit de 19de eeuw gestookt. HIervoor gebruiken ze de authentieke stoommachine van 1898. Wie na het het proeven van de jenevers van 31°, 41° of 51° nog kloek op de benen stond, kon zowel de Klepmolen als de Windekemolen beklimmen. De molenaars rolden de zeilen uit, hingen de feestvlaggen uit en zetten hun molens in de wind. De enthousiaste molenaars gaven met plezier een woordje uitleg. Voor de kinderen van het Anker was schoollopen naar het Dorp door weer en wind, in de winter langs besneeuwde en onverharde wegen een grote opgave. Dit veranderde toen pastoor De Raedt in 1910 de Ankerschool liet bouwen. Heel wat bezoekers herkenden zichzelf op de unieke collectie van klas- en schoolfoto’s.

 

Dat kermissen tot de verbeelding spreken, weten ze in Merelbeke ook. In de voormalige pastorie van Munte werden de oude kermisaffiches van onder het stof gehaald. Marva en Will Tura zijn maar enkele van de grote namen die er optraden. In de kerk van Munte werd je behendigheid getest op de oude volksspelen. De Schelderomolen maalde dat het een lieve lust was. En de bloem kon je kopen om thuis zelf aan de slag te gaan. In de kerk van Melsen werd het 10 jarig bestaan van Werkgroep Erfgoed Melsen gevierd. Deze ondertussen gevestigde waarde in Melsen heeft een mooi parcours afgelegd waar ze terecht met trots mogen op terug kijken. Daarnaast werd er in Melsen met man en macht gezocht naar de onderaardse gang van het verdwenen kasteel van Melsen. De gang hebben we niet gevonden maar de archeoloog van dienst ontdekte dat het kasteel in oorsprong een motte was. In het spierballengerol tussen de graaf van Vlaanderen en de Duitse keizer in de 11e eeuw nam de motte van Melsen een belangrijke rol op zich. In Bottelare gaf organist Herman het beste van zichzelf op het orgel. Vanop het doksaal hadden we een mooi overzicht op de kerk en de giften geschonken door de  markiezen van Rode. Ook een tweede adelijke familie – de Wavrin de Villers – koos Bottelare uit als tijdelijk verblijf. Wie goed had rondgekeken, kon de puzzel van het escaperoom kraken en ging naar huis met eeuwige roem.

Geen belet?! In het kielzog van onze jobstudenten

De zomervakantie is niet enkel (dromen van) palmbomen en coctails. Er wordt ook flink gewerkt. IOED Viersprong zocht en vond 2 jobstudenten. Jasper (19) en Astrid (19) inventariseren het waardevol funerair erfgoed in de Viersprong regio.

 

“Een grafmonument vertelt soms een heel levensverhaal”

Het regent pijpenstelen. Het ommuurde kerkhof rond de Sint-Michaëlkerk in Sint-Lievens-Houtem oogt verlaten. Jasper en Astrid schuilen in het kerkportaal. “Een graf ontcijferen in de gietende regen is niet mogelijk”, zegt Astrid. Erfgoed Viersprong engageerde de twee gemotiveerde jobstudenten om een inventaris te maken van het funerair erfgoed in de regio.

Jasper studeert grafische en digitale media. Fotografie is zijn hobby en in zijn vrije tijd doet hij aan ‘Freerunning’, met gymnastische technieken een bepaald parcours afleggen. “Leuk dat ik mijn hobby, fotografie, in dit project kan toepassen.”

Astrid zit in haar derde jaar Kunstwetenschappen aan de UGent. Haar vrije tijd gaat volledig op aan de scouts van Heusden. “Ik heb al les gehad van gastdocenten die met het bewaren van funerair erfgoed bezig zijn.”

 

Aan de hand van jullie werk wordt later door de gemeentebesturen beslist welke graven worden bewaard. Een hele verantwoordelijkheid, lijkt me?

Astrid: Het voelt goed om als jobstudent nuttig werk te leveren. We noteren alles wat we zien op een fiche en nemen van elk graf ook foto’s. Soms komt er wel veel ontcijferwerk bij kijken. Bij graven uit de 19e eeuw zijn de letters vaak niet meer leesbaar. We leggen dan een wit papier en krassen er met een potlood op. Soms helpt ook krijt om uitsparingen in het steen terug te vinden. We moeten heel accuraat zijn. Je kan wel stellen dat wij als een archeoloog te werk gaan.

Jasper: Het gebeurt wel eens dat we in de namiddag, als de schaduwen anders vallen door de stand van de zon, nog nieuwe elementen aan een graf ontdekken.

 

Welke graven vinden jullie het interessantst?

Astrid: Ik ben meteen getriggerd als er iets meer op staat, zoals ‘burgemeester’ of een andere titel. Ook de gebruikte symbolen vertellen veel. Bij pastoors staat hun volledige CV op de zerk. Een grafmonument vertelt soms een heel levensverhaal. Ik hou vooral van de hele oude graven. Die vragen ook meer werk om te ontcijferen.

Jasper: Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de wereldoorlogen. Samen met mijn grootouders bezocht ik de oorlogskerkhoven van de Westhoek. Ook in onze regio werden soldaten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog begraven. Op deze begraafplaats (Sint-Lievens-Houtem, red.) alleen al tel ik 250 graven van soldaten. Ze staan in mooie rijen naast elkaar. Een goed onderhouden begraafplaats is de laatste eer die we aan deze vaak vergeten helden kunnen geven.

 

Zien jullie een grafmonument als kunst?

Jasper: Sommige monumenten zijn echte parels. Jammer dat de kunstenaar zijn werk niet altijd ondertekende. De steenkappers zagen zichzelf eerder als ambachtslui dan als kunstenaar.

Astrid: Bij degene die wel ondertekend zijn, merken we per regio wel gelijkenissen. Zo vinden we in Sint-Lievens-Houtem en deelgemeenten vooral werk van de steenkappers Demeyere en Jozef en Zonen Beurms. Bij jongere graven vinden we enkel de handtekening van Dirk Beurms, dat betekent dat hij de steenkapperszaak van zijn vader Jozef heeft overgenomen.

 

Al heel oude graven gevonden?

Astrid: De oudste graven gaan terug tot de eerste helft van de 19e eeuw.

Jasper: Het is ongelooflijk hoeveel verschillende spellingen van de gemeentenamen er geweest zijn.

 

Hebben jullie zelf een band met erfgoed?

Jasper: Als fotograaf hang ik graag rond op erfgoedevenementen, zoals de Jaarmarkt van Sint-Lievens-Houtem. Het handje-klap van de boeren bij een verkoopt blijft tot de verbeelding spreken. Ik ben ook verslingerd aan Urbex Exploring. Dat zijn mensen die op zoek gaan naar verlaten huizen, kastelen en fabrieken om er foto’s te maken. Ik kwam zo al op plekken die echt tot de verbeelding spreken, zoals een verlaten huisje in een bosje vlakbij Vlierzele of een oude fabriek in de haven van Antwerpen. Een Urbexer laat altijd alles achter zoals hij het gevonden heeft.

Astrid: De Kastelenfietsroute passeert voor mijn deur. In onze regio heb je veel 19e-eeuwse kastelen of lusthoven van de rijke Gentse burgerij. Ik hou vooral van erfgoedsites die uitzonderlijk voor het publiek worden open gesteld, zoals op Open Monumentendag.

 

De zon is daar terug. Jullie kunnen weer aan de slag.

Jasper: Weet je wat ik nog het leukste vind aan deze job? We zitten de hele tijd buiten, heerlijk!

Astrid: Sommige mensen kijken wel raar op als we bijna op een grafzerk kruipen om alle symbolen te ontdekken (lacht).

Open Monumentendag op zondag 8 september 2019

Jawel erfgoedliefhebbers, op zondag 8 september is het weer zo ver. Heel wat bekende maar ook onbekende erfgoedpareltjes openen de deuren. Bezoekers zijn van harte welkom om al dit moois in de regio te komen ontdekken!

Ook in de Viersprong regio hebben heel wat enthousiaste vrijwilligers, gemeentediensten en verenigingen de handen uit de mouwen gestoken. Benieuwd wat je allemaal kan verkennen? Je leest het hieronder! Het volledige (Vlaamse) programma kan je hier nalezen.

Melle

Oosterzele

Sint-Lievens-Houtem

Merelbeke

 

Geen belet?! Levende geschiedenis op de Gallische hoeve

We ontmoeten David De Clercq (30) aan de poort van de Gallische hoeve. Wanneer we door de poort stappen, gaan we flink terug in de tijd, meer bepaald naar de late Ijzertijd.

De Gallische Hoeve in Destelbergen is een kenniscentrum.

“Telkens ik door die poort stap, word ik Dumnorix, de handelaar. Zelfs mijn bril gaat af. Iedereen in de vereniging houdt zijn alter ego vol tegenover bezoekers.

Naast Gasthof ’t Haeseveld hebben wij een reconstructie gemaakt van een landelijke nederzetting uit de Late IJzertijd. We doen aan levende geschiedenis waarbij we via experimenteel onderzoek wetenschappelijk verantwoorde inzichten opdoen over de Gallo-Romeinse periode, zonder te hervallen in stereotypen als Asterix en Obelix. We werken vaak samen met universiteiten.

Wij zijn een kenniscentrum en niet zomaar een attractie, zoals Aubechies in Henegouwen. Al sinds onze oprichting in 1988 streeft de Gallische Hoeve een sociaal doel na. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken en hebben daarbij vooral aandacht voor de sociaal zwakkeren in de maatschappij. Tijdens een workshop of kamp bij ons komen ze dichter bij de natuur en steken ze er nog iets van op.

Wij doen aan levende geschiedenis zonder te hervallen in stereotypen als Asterix en Obelix

Ik ben in 2005 begonnen als 17-jarige snaak lid geworden met een enorme honger naar kennis over de Kelten. Mijn studies geschiedenis en archeologie sloten hier perfect bij aan, net als mijn huidige job als erfgoedverzorger bij Helicon. Nu ben ik secretaris in het achtkoppige bestuur waar ook mijn vriendin in zetelt. De Gallische Hoeve telt veel jongelui in de vereniging, maar ook de kennis van de ouderen proberen we te koesteren.

We wonen, werken en slapen soms hele weekends op de Gallische Hoeve en proberen dan alles historisch correct na te bootsen, zelfs in onze voeding. We leggen voor onszelf de lat heel hoog.

Het soort mensen die aan levende geschiedenis doet, zijn vindingrijk en smijten zich graag in projecten

Het soort mensen die aan levende geschiedenis doen, zijn vindingrijk en smijten zich graag in projecten rond de Late IJzertijd en de vroege Gallo-Romeinse periode. Ik focus me op dit moment op twee projecten. Enerzijds hou ik me met anderen binnen de krijgersgroep bezig met de reconstructie van historische gevechten. Anderzijds pluis ik de historische keuken uit. Ik kweek bijvoorbeeld mijn eigen historische planten en kruiden, vertaal Latijnse recepten naar het Nederlands en probeer ze ook uit wat soms verrassende resultaten geeft.”

 

De Gallische Hoeve is elke zaterdagnamiddag van begin april tot eind oktober toegankelijk tussen 14.30 uur en 16 uur. Scholen en groepen kunnen altijd een rondleiding/workshop boeken. Volwassenen betalen 3 euro, kinderen jonger dan 12 jaar betalen 1 euro. Adres: Gallische Hoeve, Alfons Braeckmanlaan 430, Gent.